Uit welke onderdelen bestaat een tand?

  • Kroon: het bovenste deel van de tand. Normaal gesproken is dit het enige zichtbare gedeelte van de tand. De vorm van de kroon bepaalt de functie van de tand. Snijtanden zijn scherp en beitelvormig om voedsel mee af te bijten. Kiezen hebben een breed en knobbelig oppervlak om voedsel te vermalen.
  • Tandvleesgrens: de grens tussen het tandvlees en de tanden. Als u niet goed poetst en flost, kan er langs de tandvleesgrens plak en tandsteen worden afgezet. Dit kann leiden tot gingivitis en andere tandvleesaandoeningen.
  • Wortel: het deel van de tand of kies dat in het bot ligt ingebed. De wortel maakt ongeveer twee derde van de tand uit en houdt de tand op zijn plaats.
  • Glazuur: de buitenste laag van de tand. Glazuur is het hardste, meest gemineraliseerde weefsel in het lichaam. Onder invloed van zuren die door bacteriën in de mond gevormd worden kan het glazuur oplossen, waarna gaatjes kunnen ontstaan.
  • Tandbeen: de laag onder het glazuur. Als het tandbederf door het glazuur is heengedrongen, wordt vervolgens het tandbeen aangetast. Het tandbeen bevat miljoenen minuscule buisjes die rechtstreeks naar de pulpa leiden.
  • Pulpa: het zachte weefsel dat zich binnen in alle tanden en kiezen bevindt. De pulpa (ook wel tandmerg genoemd) bevat zenuwen en bloedvaatjes. Als het tandbederf tot de pulpa is doorgedrongen, ontstaat meestal pijn.

En hoe zit het met het tandvlees?

De tanden en kiezen worden door drie belangrijke structuren op hun plaats gehouden: het tandvlees, de tandkas en het wortelvlies.

  • Tandvlees: het roze weefsel dat de tanden en het kaakbot omgeeft en een beschermende laag rond de tandhals vormt. Als het tandvlees (de gingiva) ontstoken raakt, spreken we van gingivitis. Als de ontsteking zich uitbreidt tot het kaakbot, heet de aandoening parodontitis.
  • Tandkas: het gedeelte van het kaakbot waarin de tand of kies is vastgezet. Bij parodontitis kan dit bot door de ontsteking worden aangetast.
  • Wortelvlies: het verbindingsweefsel tussen de wortel van een tand of kies en het tandbot. Tanden en kiezen zijn verankerd in het wortelvlies.

Welke soorten tanden en kiezen bestaan er?

Elke tand of kies heeft een eigen functie. In het schema zijn de verschillende soorten tanden en kiezen weergegeven:

  • Snijtanden: de scherpe, beitelvormige voortanden (vier boven, vier onder) waarmee we voedsel afbijten.
  • Hoektanden: deze puntige tanden worden gebruikt om het voedsel uiteen te scheuren.
  • Kleine of valse kiezen (premolaren): het kauwvlak van deze kiezen is voorzien van twee puntige knobbels. De kleine kiezen worden gebruikt voor het uiteenscheuren en fijnmaken van voedsel.
  • Echte kiezen (molaren): deze kiezen bevatten meerdere knobbels en worden gebruikt om voedsel te vermalen.